Zorgaansluiting

Dossier: De overgang van po naar vo
Laatst bijgewerkt op: 13-09-2016

Over de overstap po-vo voor leerlingen met dyslexie of dyscalculie.

Voor alle leerlingen die de overstap naar de brugklas maken is een goede zorgaansluiting onmisbaar. Voor leerlingen die extra zorg in het primair onderwijs hebben ontvangen geldt dit nog meer. Alle gegevens dienen doorgespeeld te worden naar het voortgezet onderwijs zodat onnodig onderzoek voorkomen kan worden en de leerling direct de ondersteuning ontvangt die hij nodig heeft.

Dit gebeurt via de warme en de koude overdracht:

  • Bij koude overdracht draagt het primair onderwijs gegevens over via een schriftelijke rapportage, meestal een onderwijskundig rapport.
  • De warme overdracht vindt plaats door middel van gesprekken over leerlingen tussen de leerkracht van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. De zakelijke informatie uit de schriftelijke rapportage krijgt dan meer diepte en nuancering.

Op enkele plaatsen in Nederland hebben scholen binnen samenwerkingsverbanden geëxperimenteerd met de ontwikkeling van convenanten om het po-vo lees-spellingsonderwijs op elkaar af te stemmen.

Dyslexiebeleid wordt gevormd door een aantal factoren die ervoor zorgen dat leerlingen met dyslexie zo goed mogelijk hun schoolcarrière kunnen doorlopen. Leerkrachten weten hoe zij kunnen signaleren en welke interventies ingezet worden. Ze weten hoe de hulp binnen en buiten de klas kan worden vormgegeven en wat de basisvoorzieningen zijn (denk bijvoorbeeld aan de inzet van compenserende software). Voor ouders is het van belang dat zij weten wat de school te bieden heeft en wat er van henzelf wordt verwacht. De zorg voor dyslexie is namelijk een gedeelde verantwoordelijkheid tussen ouders - school - kind. Meer over dit onderwerp in het dossier Taal/lezen in Utrecht.

Zelfwaardering
De Universiteit van Utrecht heeft onderzocht wat de overgang van po naar vo kan betekenen voor de zelfwaardering van leerlingen. Jongens blijken daarin te verschillen van meisjes. Jongens hebben meer moeite met de overgang als het gaat om academisch functioneren ('haal ik goede cijfers'), meisjes zijn gevoeliger als ze het idee hebben dat ze minder goed in de groep liggen dan ze vooraf dachten. Onderzoek van de Vrije Universiteit toonde aan dat een op tien gymnasiasten onderpresteert. Driekwart van deze groep bestaat uit jongens.

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten